Je ziet de dingen niet zoals ze zijn. Je ziet de dingen zoals je bent
(Socrates)

Tijdens een functioneringsgesprek jaren geleden gaf ik een medewerker het
advies te proberen zijn creativiteit te ontwikkelen omdat ik merkte dat
hij in de samenwerking met collega’s weinig inbeeldingsvermogen aan de dag
legde. “Weet je”, zei hij, “ van wat je nu allemaal zegt daar kan ik me
niets bij voorstellen”. Daarmee het gelijk van mijn veronderstelling en de
moeizaamheid van het bestrijden ervan, onderstrepend.
Zo lijkt het ook met astronomen die zich een oordeel over astrologie
aanmeten. Door zich zó en uitsluitend te focussen op wat waarneembaar,
verklaarbaar en in hun ogen bewijsbaar is doen zij onrecht aan de eigen
bakermat die de astrologie als oudste wetenschap uiteindelijk is: niet
zozeer afhankelijk van natuurkundige oorzaken maar gebaseerd op
gelijktijdigheid van (schijnbaar) natuurkundige patronen. Het bestuderen
van deze cycli heeft de mens al vanuit de oertijden vertrouwen en hoop
voor zijn toekomst en inzicht in zijn handel, wandel en geestesgesteldheid
gegeven. Wat is daar mis mee?
Wetenschappers beweren dat de mens nog geen 5% van het universum begrijpt.
En de bewijzen voor die 5% zijn soms flinterdun, doorgaans gericht op het
verkrijgen van fondsen voor vervolgonderzoek ten faveure van het eigen ego
of de marktkansen van de geldschieter. Ook vaak niet eensluidend, door
conflicterende belangen van de uitkomst met politieke lippendiensten of
gewoon de waan van de dag. Zij zijn het vaak niet met elkaar eens omdat
zij bewijzen zien waar zij ze willen zien. En daarmee zijn ze geen haar
beter dan astrologen.
Ieder mens wil gelukkig zijn, zich vervuld voelen. Voor de weg daar naar
toe heeft niemand exclusiviteit.
Simon de Smeth
astroloog

Advertenties