Een van de eindwerkstukken van de opleiding astrologie bij het CHTA is het schrijven van een stuk(je) over iets in de astrologie, dat de cursist zelf raakt, zonder enige verdere regels waaraan dat moet voldoen. De bedoeling is dat een cursist zelf aan het woord komt en ook tot verwoording komt van iets dat binnen in hem of haar leeft, of ontwikkeld en gegroeid is in de loop van de cursus, een onderzoek doet, of zijn of haar eigen filosofische gedachten vorm geeft. Hier het eindwerkstuk in deze zin van Margreet Bokhorst, Arnhem, dat ons weer terugbrengt bij de diepere filolofische vragen die de astrologie brengt, en die de meeste van ons op onze eigen manieren wel zullen herkennen, zelfs al beschouwen het van uit andere invalshoeken.

De sluier over de horoscoop: het betreden van heilige grond. Een filosofische beschouwing naar de zin en betekenis van de hedendaagse astrologie.

– door MARGREET BOKHORST –

Mijn hele leven al ben ik op zoek naar de ‘dingen achter de dingen’, het onzichtbare achter het zichtbare. Naar mijn idee staat alles hier op aarde voor iets dat in de geestelijke wereld al aanwezig is en probeer ik dat symbolisch te begrijpen.

Vliegvelden, waar mensen gefouilleerd worden en zonder paspoort niet verder mogen, doen mij denken aan sferen, die je niet kunt binnentreden als je er geen affiniteit mee hebt.
Tijdens een treinreis filosofeer ik erover hoe de laagste, de passagier, niet kan zonder de hoogste, de machinist, en wie daar nog boven staan, maar zonder de laagsten zou het werk van de hoogsten zinloos worden.
De mensen kunnen niet zonder God, maar God heeft de mensen nodig om de evolutie voortgang te doen hebben. Op die manier zijn overal symbolen te vinden en waar vind je dat nu beter terug dan in de beeldentaal van de astrologie!

Het maakt mij eerbiedig om de verbinding te ervaren tussen kosmos en mens; de macrokosmos en de microkosmos. Daardoor is astrologie voor mij niet zomaar een wetenschap, maar een geesteswetenschap. In vele boeken ben ik op zoek gegaan naar wat anderen daarover zeggen, tevens hopend iemand te vinden die mijn ideeën hierover bevestigt. Er zijn zakelijke boeken over astrologie, die mij bijna lichamelijk pijn doen, omdat het lijkt of het geestelijke er aan onttrokken wordt. Zoiets als een mens bespreken als botten, vlees, bloed, enz, zonder aandacht te schenken aan de geest, zonder wie het lichaam niet zou bestaan. Of het mechaniek van een horloge bespreken, uitleggen hoe de radertjes de wijzers voortdrijven, maar niet achten dat dit alles eerst door een Geestwezen moest worden uitgedacht. Of nog een sprekend voorbeeld dat ik ergens las: een redenaar zei tegen zijn publiek: “Mijn pen schrijft niet”. Behulpzame mensen kwamen naar voren met andere pennen, maar hij stak zijn hand op en zei: “Mijn pen schrijft nooit, IK schrijf met behulp van deze pen.”
Het “vanzelf” lopende horloge, de schrijvende pen, de theoretische horoscoop. Iemand zei ooit tegen mij: “een horoscoop is niet heilig hoor.” En ik dacht: “Voor mij wel!” Mede daardoor struikel ik regelmatig over passages in boeken, zoals o.a. in “Analyse van aspecten” ” Een vierkant maakt nog geen misdadiger”. Nee, de horoscoop maakt de mens niet, de mens kiest, met behulp van hogere wezens, het geboortemoment waarop de planetenconstellaties het best passen bij zijn of haar meegebrachte gaven, leerpunten, enz. Ik zou dus willen zeggen: “een vierkant hoeft nog niet te betekenen dat een mens een misdadige aanleg in zich draagt.”

Zo zijn er vaak passages, waarmee auteurs mogelijk hetzelfde bedoelen als ik, maar het m.i. niet goed uitdrukken. Juist door de eerbied, die ik voel voor de astrologie, is de formulering voor mij zo essentieel. Zoiets als: “geef de keizer dat des keizers is, en God dat Gods is; geef ieder wat hen toekomt”.

In het boek: “Astrologie en Geneeskunde” van J.C. van Wageningen (een boek dat in vele opzichten mijn kennis en kunde te boven gaat), staat een zin die mij diep aanspreekt: “Nog belangrijker echter……..lijkt mij het feit dat wij geleidelijk aan een ommekeer in de mentaliteit der wetenschappelijke wereld zien plaats grijpen, waardoor deze meer open komt te staan voor waarden, die zich aan de analyserende werking van ontleedmes, microscoop en reageerbuis onttrekken.” Dat spreekt vanzelf, denk ik, met onze aardse zintuigen kunnen wij alleen het aardse begrijpen en met onze hogere zintuigen, die zich geleidelijk ontwikkelen (R.Steiner) kunnen wij het geestelijke zien en begrijpen. Uit bovengenoemd boek nog een citaat, dat mij tot diep nadenken aanzet: “In hoeverre doen wij goed, planetaire tendensen van een uitingsmogelijkheid, waarnaar zij klaarblijkelijk streven, te beroven? Verplaatsen wij daarmee niet het gevaar……”
Deze zin staat in het hoofdstuk “Astrologie en Prophylaxe”, dat o.a. handelt over het astrologisch bepalen van een operatiemoment. Dat riep bij mij de gedachte op aan het probleem van een mogelijke abortus, nadat bij vruchtwaterpunctie is gebleken dat het kind gehandicapt zal zijn. Dat kind heeft een reden om gehandicapt ter wereld te komen en als je die weg afsnijdt zal het een andere, vergelijkbare moeilijkheid moeten vinden. Dat geldt immers ook voor bijvoorbeeld niet opereren op een ‘ongunstig’ moment. Er zijn zoveel factoren, die je als mens niet kunt overzien, en door het een te vermijden, roep je het andere op.

Zou dit betekenen dat een horoscoop een gevaarlijk instrument kan zijn? Mogelijk, hoewel ik denk dat de gevolgen van misbruik toch altijd weer bij de ‘dader’ terugkeren. Tevens: de sluier, zoals ik die ervaar, is er niet voor niets. Het lijkt mij dat je inzicht krijgt voor zover je het kunt hanteren. Voor mij persoonlijk is astrologie een geesteswetenschap in ontwikkeling, die ik kan hanteren naarmate ik mijzelf ontwikkel. Saturnus, de wachter op de drempel, zal er wel voor zorgen dat je niet aan je eigen lessen voorbijgaat!

Een hoog ideaal is voor mij dat wetenschap en religie (ware) 1 worden. De arts, die tevens astroloog, astronoom en priester is. Genezen vanuit de geest en niet door ingrepen van buiten af. Een nog ver liggend ideaal en je kunt alleen maar onderaan beginnen. Mijn ideeën over de sluier helpen mij als ik het gevoel heb dat ik met ‘onheilige’ h anden aan iets heiligs raak.

In feite betekent de hedendaagse astrologie voor mij dus het leggen van kiemen voor de toekomst. Voor ik verder ga met het wat nader uitwerken van de praktijk van het daadwerkelijk bezig zijn met mensen en hun horoscoop, wil ik nog 1 boek aanhalen: Het is een boek dat mij bijzonder aanspreekt en een voedende werking op mij heeft, omdat het diep ingaat op de esoterische achtergrond van de astrologie: “Sternenwirken en Menschenschicksal” door Werner Bohm (Novalis Verlag, 1985). Hoewel dit boek voor mij alleszins de moeite waard zou zijn om er een compleet verslag van te maken, doe ik dat hier natuurlijk niet. Ik citeer slechts enkele passages, die mijn uitspraak dat astrologie geesteswetenschap is, steunen:

“Die Astrologie ist aber nicht wie die viel, viel juengere Wissenschaft ein Kind des intellektuelles, sondern entstammt einer Zeit, in der der Mensch noch unmittelbar Geistesberuehrung faehig war, wenn auch in einer Art, die wir heute atavistisch nennen. Die Quellen der Astrologie liegen im uebersinnlichen Erfahrungsbereich”.

Elders in het boek wijst de auteur op het belang van het zich vanuit de geesteswetenschap bezig houden met de ontwikkeling van kosmos en mens, om vandaar uit de achtergrond van de astrologie te leren begrijpen en zegt dan:

“Es beantwortet sich dann die Frage von selbst, ob die Astrologie Naturwissenschaft sein kann oder nicht. Naturwissenschaft reicht nur so weit wie Natur und natuerlicher Leib des Menschen reichen. Wo Seele sich offenbart, wirdt die Astrologie zur Psychologie un da wo der freie Geist wirkt, der der Schoepfer der Natur ist, wird sie zur Geisteswissenschaft. Dazu gehoert Schicksalskunde, denn in ihr walten Gesetze des Geistes!”


Enkele uitspraken van mensen over verwachtingen van een horoscoop en over de zin of onzin ervan:

“Een horoscoop is alleen voorslappelingen en daar moet je het juist niet voor doen.”

“Ik vind het eng.”

“Het brengt je van je geloof af”.

“Ik wil geen stempel opgedrukt krijgen.”

Een cliënt, die via de horoscoop haar gelijk in een arbeidsconflict wil halen (en de astrologie daarna waardeloos vindt).

Iemand, die voorspelt wil zien wanneer haar hoofdpijn zal verdwijnen in de hoop dat zij intussen niets aan haar levensstijl zal hoeven te veranderen.

“Ik geloof er niet in” — achteraf was het gesprek net het zetje dat hij nodig had om het roer om te gooien, en hij zei: “het staat in de sterren, dus het moest maar gebeuren.”

“Wat in mij leeft wordt helder naar buiten gebracht.”

“Ik wist het wel, maar het wordt nu bevestigd en dat steunt mij”.

“Hulp bij het vinden van mijn levensrichting. Ik weet het allemaal wel, maar is soms zo’n chaos. Het helpt mij om te kunnen kiezen en het wezenlijke van het onwezenlijke te onderscheiden. Wat gezegd wordt toets ik aan mijzelf; reageert het bij mij, komt mijn ziel in beweging, dan heeft het met mij te maken.” (Uitspraak van een vrouw met een sterke Tweelingen-invloed en Pluto in 9).

Deze laatste uitspraak brengt mijn ziel in beweging, dit verwoordt goed wat voor mij in deze tijd en in het stadium waarin ik verkeer, de zin is van het bespreken van een horoscoop. Het doet mij tevens denken aan een voorval; ik was in gesprek met iemand, die het niet meer zag zitten en steeds in dezelfde moeilijkheden terechtkwam (dit was geen astrologisch consult overigens). Op een gegeven moment werd hij een beetje boos en hij verweet mij, dat ik hem, net als iedereen, in een bepaalde richting wilde duwen. “Nee”, zei ik, “ik zie het zo, en ik schilderde het volgende beeld: We lopen samen in de stad. Er zijn vele donkere steegjes, vol hobbels, kuilen en obstakels waar je over kunt struikelen. Er is ook een mooie zonovergoten laan. Ik zie dat jij steeds weer zo’n steegje induikt, dat is oké, maar ik wijs je erop dat er ook een andere mogelijkheid is, die je zou kunnen proberen.” Dat gaf de man rust, hij voelde zich gezien, maar niet in een hoekje geduwd.

Respect voor de weg van de ander is zo ongelooflijk belangrijk. Rinke Visser (astrosofisch consultant) schreef ergens: “Bedenk dat je bij iemand naar binnen kijkt. Je betreedt heilige grond, heb daar eerbied voor.”

Heilige grond betreden zou je eigenlijk alleen maar moeten doen op een moment dat je in vrede bent met jezelf. Je eigen rugzakje met moeilijkheden zo lang achterlaten, zodat je zo onbevangen mogelijk kunt kijken naar wat de ander nodig heeft. Bedenk dat je met de horoscoop in de hand een gids bent; een goede gids vertelt geen dingen om met zijn kennis te pronken, hij vertelt wat nodig is, licht bij waar het donker is, maakt, als hij een ander wil leiden, zijn eigen behoeften ondergeschikt.

Maar; in een werkelijke ontmoeting met een ander, ontmoet je ook jezelf. Dat brengt mij tot de eindconclusie dat de betekenis van de astrologie niet alleen is, kiemen te leggen voor de toekomst, maar tevens een hulp om in een ontmoeting te groeien aan elkaar, samen een stukje oplopend, elkaar bijlichtend op de weg.

(Informatie over de opleiding: http://www.astrologie.ws/cursus.htm)